Ga naar inhoud
Hovestraat 7, 2650 EdegemMa–vr 9:00–12:30 en 14:00–18:30  ·  03 457 02 88

Auteur: attractivevole14

  • Griepvaccinatie 2026–2027 in België: wat moet u dit najaar weten?

    Griepvaccinatie 2026–2027 in België: wat moet u dit najaar weten?

    De Belgische griepvaccinatiecampagne voor 2026–2027 begint midden oktober. Dat maakte het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) op 29 september 2026 bekend. Voor wie deze herfst een vaccinatie plant, zijn vooral het tijdstip, het persoonlijke risico en het passende type vaccin van belang.

    Wanneer laat u zich vaccineren?

    Het FAGG noemt midden oktober tot midden december als aanbevolen periode. De bescherming bouwt zich volgens het agentschap binnen tien tot vijftien dagen na de injectie op. Een afspraak vooraf bespreken helpt om het juiste moment te kiezen.

    Volgens Sciensano helpt vaccinatie vooral ernstige complicaties en ziekenhuisopname door griep te voorkomen. De werking verschilt per seizoen en hangt onder meer af van de circulerende virussen en uw afweer. Vaccinatie geeft dus geen garantie dat u geen griep krijgt.

    Vorig jaar gevaccineerd: dit najaar opnieuw?

    Als griepvaccinatie voor u aanbevolen is, wordt ze jaarlijks herhaald. Volgens Vaccination-Info (in het Frans) neemt de opgebouwde bescherming geleidelijk af en kunnen de circulerende virusstammen veranderen. De prik van vorig jaar vervangt daarom het vaccin voor dit seizoen niet.

    Voor wie is vaccinatie vooral belangrijk?

    De Hoge Gezondheidsraad geeft hoge prioriteit aan mensen vanaf 65 jaar, zwangere vrouwen in elk trimester, mensen met bepaalde chronische aandoeningen of een verminderde afweer en mensen met een body mass index (BMI, een maat voor gewicht in verhouding tot lengte) vanaf 40. Ook zorgverleners en mensen die beroepsmatig met varkens of pluimvee werken behoren tot de prioritaire groepen.

    Voor gezonde volwassenen van 50 tot 64 jaar geldt een matige prioriteit. Bij gezonde volwassenen onder 50 jaar wordt vaccinatie niet routinematig aanbevolen. Uw persoonlijke situatie kan dat veranderen: bespreek bijvoorbeeld een chronische aandoening of nauw contact met een kwetsbare huisgenoot.

    Drie viruscomponenten, verschillende vaccintypes

    Dit seizoen worden in België uitsluitend trivalente griepvaccins gebruikt: ze bevatten componenten tegen twee influenza A-varianten en één influenza B-variant. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) actualiseert de samenstelling omdat griepvirussen veranderen. De B/Yamagata-lijn is sinds maart 2020 niet meer aangetoond; de B-component richt zich op de Victoria-lijn.

    Naast vaccins met een standaarddosering zijn er versterkte vaccins: met een hogere dosis of met een hulpstof die de afweerreactie ondersteunt. Het advies voor 2026–2027 geeft vanaf 65 jaar de voorkeur aan een versterkt vaccin. Is dat niet beschikbaar, dan blijft een standaardvaccin aanvaardbaar. Laat de keuze afhangen van uw leeftijd, gezondheid en de beschikbaarheid, in overleg met arts of apotheker.

    Beschikbaarheid en terugbetaling zijn aparte vragen

    Het FAGG verwacht voldoende vaccins voor België, maar wijst op problemen met de verdeling en voorbestellingen. Dat zegt niets over de voorraad in een individuele apotheek.

    Volgens het RIZIV hangt gedeeltelijke terugbetaling af van uw risicogroep en het vaccintype. Een aanbeveling is niet automatisch een recht op terugbetaling. Vraag welke voorwaarden voor u gelden en welk bedrag voor het vaccin zelf overblijft.

    Voor patiënten die in België verzekerd zijn en onder de betreffende regeling vallen, wordt de toediening in de apotheek rechtstreeks aan het RIZIV aangerekend, zonder remgeld of supplement voor de injectie. Een eventuele eigen bijdrage voor het vaccin staat daar los van. Bij vaccinatie tijdens een gewone doktersraadpleging kan een consultatiehonorarium gelden.

    Welke reacties kunt u na de prik verwachten?

    Een pijnlijke, rode of gezwollen injectieplaats, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid zijn mogelijk. Volgens het Vlaamse Departement Zorg zijn deze klachten meestal mild en verdwijnen ze binnen enkele dagen. Ook lichte koorts kan voorkomen; het griepvaccin zelf veroorzaakt geen griep.

    Ernstige allergische reacties zijn zeldzaam. Zoek onmiddellijk medische hulp bij ademhalings- of slikproblemen, zwelling van het gezicht of flauwvallen kort na de vaccinatie. De Franse Assurance Maladie noemt deze alarmsignalen. Vraag bij aanhoudende of verergerende klachten advies aan uw arts of apotheker.

    Wat vertelt u vóór de vaccinatie?

    Meld eerdere allergische reacties op een vaccin of bestanddeel en welke geneesmiddelen u gebruikt, vooral middelen die uw afweer onderdrukken. Geef ook aan als u koorts hebt of zich duidelijk ziek voelt. Bij lichte klachten kan vaccinatie vaak doorgaan; bij koorts of ernstiger ziekte wordt ze doorgaans uitgesteld. Bespreek dit met de zorgverlener, zoals ook FarmaInfo adviseert.

  • Waarom voelen uw ogen droog aan het scherm?

    Waarom voelen uw ogen droog aan het scherm?

    Hoe kunnen uw ogen na schermwerk droog aanvoelen en toch tranen? Dat lijkt tegenstrijdig. Maar een nat oogoppervlak is niet automatisch een goed beschermd oogoppervlak. Om te begrijpen waarom lezen op een scherm kan prikken of branden, moeten we kijken naar iets wat u meestal niet opmerkt: de dunne traanfilm en de beweging van uw oogleden.

    Tranen doen meer dan het oog natmaken

    Tranen worden voortdurend aangemaakt. Elke knipperslag verspreidt ze over het oog. Die film bevochtigt en beschermt het hoornvlies, het doorzichtige deel vooraan het oog. Tranen bestaan niet alleen uit water: ook vetachtige stoffen maken deel uit van deze bescherming. De Franse Assurance Maladie benadrukt daarom zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van tranen.

    In de ooglidranden zitten kleine kliertjes die vetachtige stoffen afgeven: de meibomklieren. Hun bijdrage helpt de traanfilm stabiel te houden. Tussen twee knipperslagen wordt de film dunner; een volgende volledige knipperslag verdeelt hem opnieuw. Volgens het Franse instituut voor arbeidsveiligheid INRS kan een instabiele traanfilm ook tijdelijk wisselend wazig zicht geven.

    Bij droge ogen kan er te weinig traanvocht zijn, maar de film kan ook te snel verdampen. Beide problemen kunnen samengaan. Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) beschrijft droge ogen dan ook als een aandoening met meerdere mogelijke oorzaken. Dat verklaart waarom alleen extra vocht niet bij iedereen het hele probleem oplost.

    Een boek als controle voor het scherm

    Het scherm krijgt gemakkelijk de schuld. Maar welke rol speelt het aandachtige lezen zelf? Om dat uit te zoeken, filmden onderzoekers 50 mensen zonder droge-ogenklachten tijdens zes leestaken van telkens zes minuten, op papier en elektronische schermen. Ze telden zowel de knipperslagen als de onvolledige sluitingen van de oogleden.

    Bij alle leestaken daalde de knipperfrequentie tegenover rustig naar een afbeelding kijken. Bij elektronisch lezen nam bovendien het aandeel onvolledige knipperslagen toe. Het onderzoek wijst dus op twee onderdelen: de aandacht die lezen vraagt en de manier waarop de oogleden daarbij sluiten.

    Dit waren korte taken bij mensen met gezonde ogen. De proef laat een verandering in knippergedrag zien; ze bewijst niet hoeveel droge-ogenklachten iemand na een volledige werkdag zal krijgen. Ook verklaart ze niet definitief waarom de sluiting bij elektronisch lezen vaker onvolledig was.

    De pauze tussen twee knipperslagen

    De traanfilm moet het oogoppervlak beschermen tot de volgende knipperslag. Als dat moment langer op zich laat wachten, of de oogleden niet volledig sluiten, kan die bescherming minder goed werken. Dat past bij het mechanisme van verdamping en verminderde kwaliteit van de traanfilm. Het verklaart waarom onderzoekers niet alleen vragen hoeveel uur iemand naar een scherm kijkt, maar ook hoe die persoon knippert.

    Een geïrriteerd oog kan vervolgens juist méér tranen aanmaken. Die reflexreactie maakt de oorspronkelijke instabiliteit niet noodzakelijk ongedaan. Zo kunnen tranende ogen samengaan met een droog of korrelig gevoel. INRS beschrijft dit als paradoxaal tranen. Het is een mogelijke verklaring, geen diagnose op basis van één symptoom.

    Waarom uw collega nergens last van heeft

    Hetzelfde scherm betekent niet dezelfde omstandigheden. Droge lucht, tocht, contactlenzen en bepaalde geneesmiddelen kunnen meespelen. Leeftijd, hormonale veranderingen of een aandoening kunnen de traanproductie beïnvloeden. De Belgische richtlijn van Gezondheid en Wetenschap noemt zowel langdurige visuele aandacht als andere oorzaken en verergerende factoren.

    Dat vraagt om voorzichtigheid bij cijfers over schermgebruik. Als mensen die veel achter een computer zitten vaker klachten melden, is daarmee nog niet vastgesteld welk deel door het scherm, de werkomgeving of een bestaande aandoening komt. Een verband is een begin van een verklaring; een gerichte proef kan een onderdeel ervan toetsen.

    Een filter, een pauze of een knipperslag?

    In een onderzoek met 47 gezonde deelnemers vergeleken wetenschappers vijf omstandigheden tijdens twintig minuten laptopwerk: niets aanpassen, kunsttranen, een korte pauze, een blauwlichtfilter of bewust knipperen. Kunsttranen en knippercontrole beperkten de toename van klachten meer dan niets doen. Een pauze gaf ook een kleinere stijging van een klachtenscore, maar de klachten namen nog toe. Het blauwlichtfilter bood in deze proef geen voordeel.

    Deze vergelijking helpt om een aannemelijk mechanisme te onderzoeken. Ze blijft echter een korte proef: twintig minuten lezen voorspelt niet automatisch het effect van een aanpassing gedurende maanden.

    Ook een dubbelblind onderzoek met 120 computergebruikers met klachten vond na een computertaak van twee uur geen verschil in oogvermoeidheid tussen blauwlichtfilterbrillen en heldere controlebrillen. Oogvermoeidheid is een bredere uitkomst dan droge ogen. Samen geven deze proeven geen goede basis om een blauwlichtfilter als oplossing voor droogte te presenteren.

    Kan een herinnering aan knipperen helpen?

    Een gerandomiseerde studie uit 2021 vergeleek frequente met minder frequente knipperherinneringen bij computergebruikers met droge ogen. Van de 50 ingeschreven deelnemers voltooiden 46 de studie. Na vijftien dagen was de klachtenscore gunstiger bij frequente herinneringen. Voor knipperfrequentie en de gemeten stabiliteit van de traanfilm was er op dat moment geen aantoonbaar verschil tussen de groepen.

    Een studie uit 2025 met 40 jonge volwassenen vergeleek een knippertrainingsapp met geen interventie. Na dertig dagen verbeterden klachten en sommige metingen, waaronder onvolledig knipperen. De deelnemers waren vooral vrouwen; de controlegroep kreeg geen nepapp. Verwachtingen zijn daardoor moeilijk uit te sluiten. Ook normaliseerde de traanfilm niet volledig. Het is een aanwijzing voor aanvullende hulp, geen bewijs dat een app droge ogen geneest.

    Wat dit betekent voor uw werkdag

    De Belgische richtlijn adviseert regelmatig knipperen, schermvrije pauzes en het vermijden van verergerende factoren zoals tocht of airconditioning. Kunsttranen kunnen klachten verlichten, maar lossen de oorzaak niet altijd op; uw apotheker kan helpen bij de keuze. Dit zijn praktische aanbevelingen, geen garantie dat één ingreep voor iedereen werkt.

    Blijven de klachten of worden ze erger, laat uw ogen beoordelen. Vertel ook over contactlenzen en geneesmiddelen. Stop een voorgeschreven behandeling niet zelf. De Assurance Maladie adviseert overleg bij aanhoudende klachten en bij contactlensgebruik als de hinder niet snel verdwijnt.

    De vraag is dus niet alleen wat het scherm uitzendt. Ook wat uw oogleden tijdens het kijken doen, hoe stabiel uw tranen blijven en in welke omgeving u werkt, verdient aandacht. Daar liggen bruikbare aanknopingspunten — en ook de reden waarom hardnekkige klachten meer vragen dan één standaardoplossing.

  • Zoutspray voor de neus: wanneer en hoe gebruikt u die?

    Zoutspray voor de neus: wanneer en hoe gebruikt u die?

    Kort antwoord: een neusspray met zoutoplossing kan helpen bij een droge neus of vastzittend slijm. Hij spoelt of bevochtigt, maar geneest niet elke oorzaak van een verstopte neus. Lees de verpakking: een zachte zoutspray, een krachtigere spoeling en een ontzwellende medicinale spray zijn verschillende producten.

    Wanneer kan zoutspray zinvol zijn?

    Een zoutoplossing kan ingedroogd slijm losmaken en de neus wat aangenamer laten aanvoelen bij droogte. Ook bij een verkoudheid of bijholteklachten wordt een zoutoplossing gebruikt om de neus te reinigen. De verlichting verschilt per persoon en per oorzaak. Heeft u vooral jeuk, veel niezen of aanhoudende verstopping, dan is het nuttig om met de apotheker te bespreken wat daarachter kan zitten.

    De neus wisselt ook van nature van doorgankelijkheid. Een neusgat kan door de normale neuscyclus soms tijdelijk minder lucht doorlaten. Zoutspray kan comfortabel zijn, maar hoeft een normale wisseling niet te ‘corrigeren’. Lees ook ons artikel over de normale neuscyclus.

    Zo gebruikt u een gewone zoutspray

    1. Was uw handen en snuit uw neus zo nodig zachtjes.
    2. Controleer de gebruiksaanwijzing en bereid een nieuw pompje voor zoals op de verpakking staat.
    3. Houd uw hoofd licht voorover. Breng het mondstuk voorzichtig in één neusgat en richt het schuin naar de buitenkant, weg van het tussenschot.
    4. Spray volgens de aanwijzingen en adem rustig in. Herhaal aan de andere kant als de verpakking dat aangeeft.
    5. Veeg het mondstuk schoon, sluit het af en deel de spray liever niet met anderen.

    Hard snuiven is niet nodig. De sterkte van de straal en het aantal verstuivingen hangen af van het product. Volg daarom de verpakking, zeker bij kinderen. Een spoelfles is een andere techniek: gebruik daarvoor uitsluitend steriel of gedistilleerd water, of leidingwater dat is gekookt en afgekoeld, en maak de fles schoon.

    Welke soort kiest u?

    Een fijne nevel is meestal gericht op bevochtiging; een spoeling gebruikt meer vloeistof om slijm weg te wassen. Ook zoutconcentratie en straalkracht kunnen verschillen. Kies daarom niet alleen op naam of kleur van de verpakking. Vertel in de apotheek waarvoor u de spray wilt gebruiken, of het voor een volwassene of kind is en of de neus pijnlijk of bloedend is. Zo kan de gebruiksaanwijzing van het juiste product worden doorgenomen.

    Wat verwacht u beter niet?

    Een zoutoplossing is geen antibioticum en werkt anders dan een spray die bloedvaten in het neusslijmvlies vernauwt. Als een klacht wekenlang blijft of steeds terugkomt, is meer spray niet automatisch de oplossing. Meld ook welke andere neussprays u gebruikt; voor sommige geneesmiddelen gelden beperkingen in duur of toepassing.

    Veelgestelde vraag

    Mag ik zelf een zoutoplossing maken?

    Voor een spoeling bestaan instructies van zorginstellingen, maar samenstelling, hygiëne en waterkwaliteit zijn belangrijk. Een kant-en-klare spray is eenvoudiger. Als u een spoeling zelf wilt bereiden, volg dan een betrouwbare gebruiksinstructie en vraag advies wanneer u twijfelt.

    Bronnen

  • Waarom ademt uw ene neusgat soms beter dan het andere?

    Waarom ademt uw ene neusgat soms beter dan het andere?

    Kort antwoord: bij veel gezonde mensen wisselt de doorgankelijkheid van de twee neusgaten spontaan af. Dit heet de neuscyclus. U merkt het vaak pas wanneer u verkouden bent of op één zij ligt. Een neusgat dat blijvend dichtzit, vooral met bloedverlies of andere klachten, verdient wel een beoordeling.

    Wat wisselt er eigenlijk?

    In uw neus zitten neusschelpen met slijmvlies en bloedvaten. Dat weefsel kan aan één kant wat opzwellen terwijl de andere kant vrijer wordt. De lucht neemt dan liever de ruimere doorgang. De neus staat dus niet beurtelings helemaal ‘aan’ en ‘uit’: beide kanten blijven doorgaans open, maar hun aandeel verandert.

    Het verrassende is dat u niet altijd voelt wat meetapparatuur vastlegt. Een kleine verschuiving kan onopgemerkt blijven; bij een verkoudheid of allergie kan dezelfde verschuiving plots storend worden. Onderzoekers meten daarom de luchtstroom afzonderlijk per neusgat in plaats van alleen te vragen welke kant vrij aanvoelt.

    Hoe zagen onderzoekers dat?

    In een onderzoek met 33 gezonde volwassenen werd de luchtstroom links en rechts gedurende 24 uur afzonderlijk geregistreerd. De dominante kant wisselde. De gemiddelde duur van zo’n fase was korter wanneer de deelnemers wakker waren dan tijdens hun slaap. Wie op een zij lag, had vaker meer luchtstroom door het bovenliggende neusgat. Dat wijst erop dat houding en slaap een rol spelen, naast de eigen wisseling van de neus.

    Een tweede onderzoek volgde 20 gezonde mensen ongeveer een etmaal met luchtstroommetingen en registratie van hun houding. Slechts de helft vertoonde tijdens het waken het klassieke wisselpatroon; tijdens de slaap was dat vaker zichtbaar. De onderzochte patronen en hun duur liepen sterk uiteen. Een klokje instellen op ‘elke twee uur wisselt mijn neus’ zou dus weinig betrouwbaar zijn.

    Een ander team mat bij 30 proefpersonen de neusweerstand op twee dagen. Soms bewogen links en rechts tegengesteld, maar soms ook in dezelfde richting. Dat helpt verklaren waarom de ervaring van de ene dag niet automatisch op de andere past.

    Wanneer is het nog gewoon?

    Een kant die tijdelijk minder vrij aanvoelt en later weer wisselt, zonder andere klachten, past bij de neuscyclus. De onderliggende oorzaak van een voelbaar verstopte neus kan echter ook een verkoudheid, allergie, irritatie of een andere aandoening zijn. De studies hierboven onderzochten vooral gezonde vrijwilligers; ze kunnen uw persoonlijke klacht niet diagnosticeren.

    Wat kunt u zelf doen?

    Merk op of de kant wisselt, hoelang de klacht duurt en of er bijkomende klachten zijn. Een zoutoplossing kan slijm helpen verwijderen of de neus bevochtigen; de gebruiksaanwijzing van het gekozen product blijft belangrijk. Gebruik een ontzwellende neusspray niet langdurig op eigen initiatief: die is iets anders dan een gewone zoutspray. Een apotheker kan met u bekijken welke aanpak bij uw klachten past.

    Bronnen