Ga naar inhoud
Hovestraat 7, 2650 EdegemMa–vr 9:00–12:30 en 14:00–18:30  ·  03 457 02 88

Categorie: Artikelen

  • Waarom voelen uw ogen droog aan het scherm?

    Waarom voelen uw ogen droog aan het scherm?

    Hoe kunnen uw ogen na schermwerk droog aanvoelen en toch tranen? Dat lijkt tegenstrijdig. Maar een nat oogoppervlak is niet automatisch een goed beschermd oogoppervlak. Om te begrijpen waarom lezen op een scherm kan prikken of branden, moeten we kijken naar iets wat u meestal niet opmerkt: de dunne traanfilm en de beweging van uw oogleden.

    Tranen doen meer dan het oog natmaken

    Tranen worden voortdurend aangemaakt. Elke knipperslag verspreidt ze over het oog. Die film bevochtigt en beschermt het hoornvlies, het doorzichtige deel vooraan het oog. Tranen bestaan niet alleen uit water: ook vetachtige stoffen maken deel uit van deze bescherming. De Franse Assurance Maladie benadrukt daarom zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van tranen.

    In de ooglidranden zitten kleine kliertjes die vetachtige stoffen afgeven: de meibomklieren. Hun bijdrage helpt de traanfilm stabiel te houden. Tussen twee knipperslagen wordt de film dunner; een volgende volledige knipperslag verdeelt hem opnieuw. Volgens het Franse instituut voor arbeidsveiligheid INRS kan een instabiele traanfilm ook tijdelijk wisselend wazig zicht geven.

    Bij droge ogen kan er te weinig traanvocht zijn, maar de film kan ook te snel verdampen. Beide problemen kunnen samengaan. Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) beschrijft droge ogen dan ook als een aandoening met meerdere mogelijke oorzaken. Dat verklaart waarom alleen extra vocht niet bij iedereen het hele probleem oplost.

    Een boek als controle voor het scherm

    Het scherm krijgt gemakkelijk de schuld. Maar welke rol speelt het aandachtige lezen zelf? Om dat uit te zoeken, filmden onderzoekers 50 mensen zonder droge-ogenklachten tijdens zes leestaken van telkens zes minuten, op papier en elektronische schermen. Ze telden zowel de knipperslagen als de onvolledige sluitingen van de oogleden.

    Bij alle leestaken daalde de knipperfrequentie tegenover rustig naar een afbeelding kijken. Bij elektronisch lezen nam bovendien het aandeel onvolledige knipperslagen toe. Het onderzoek wijst dus op twee onderdelen: de aandacht die lezen vraagt en de manier waarop de oogleden daarbij sluiten.

    Dit waren korte taken bij mensen met gezonde ogen. De proef laat een verandering in knippergedrag zien; ze bewijst niet hoeveel droge-ogenklachten iemand na een volledige werkdag zal krijgen. Ook verklaart ze niet definitief waarom de sluiting bij elektronisch lezen vaker onvolledig was.

    De pauze tussen twee knipperslagen

    De traanfilm moet het oogoppervlak beschermen tot de volgende knipperslag. Als dat moment langer op zich laat wachten, of de oogleden niet volledig sluiten, kan die bescherming minder goed werken. Dat past bij het mechanisme van verdamping en verminderde kwaliteit van de traanfilm. Het verklaart waarom onderzoekers niet alleen vragen hoeveel uur iemand naar een scherm kijkt, maar ook hoe die persoon knippert.

    Een geïrriteerd oog kan vervolgens juist méér tranen aanmaken. Die reflexreactie maakt de oorspronkelijke instabiliteit niet noodzakelijk ongedaan. Zo kunnen tranende ogen samengaan met een droog of korrelig gevoel. INRS beschrijft dit als paradoxaal tranen. Het is een mogelijke verklaring, geen diagnose op basis van één symptoom.

    Waarom uw collega nergens last van heeft

    Hetzelfde scherm betekent niet dezelfde omstandigheden. Droge lucht, tocht, contactlenzen en bepaalde geneesmiddelen kunnen meespelen. Leeftijd, hormonale veranderingen of een aandoening kunnen de traanproductie beïnvloeden. De Belgische richtlijn van Gezondheid en Wetenschap noemt zowel langdurige visuele aandacht als andere oorzaken en verergerende factoren.

    Dat vraagt om voorzichtigheid bij cijfers over schermgebruik. Als mensen die veel achter een computer zitten vaker klachten melden, is daarmee nog niet vastgesteld welk deel door het scherm, de werkomgeving of een bestaande aandoening komt. Een verband is een begin van een verklaring; een gerichte proef kan een onderdeel ervan toetsen.

    Een filter, een pauze of een knipperslag?

    In een onderzoek met 47 gezonde deelnemers vergeleken wetenschappers vijf omstandigheden tijdens twintig minuten laptopwerk: niets aanpassen, kunsttranen, een korte pauze, een blauwlichtfilter of bewust knipperen. Kunsttranen en knippercontrole beperkten de toename van klachten meer dan niets doen. Een pauze gaf ook een kleinere stijging van een klachtenscore, maar de klachten namen nog toe. Het blauwlichtfilter bood in deze proef geen voordeel.

    Deze vergelijking helpt om een aannemelijk mechanisme te onderzoeken. Ze blijft echter een korte proef: twintig minuten lezen voorspelt niet automatisch het effect van een aanpassing gedurende maanden.

    Ook een dubbelblind onderzoek met 120 computergebruikers met klachten vond na een computertaak van twee uur geen verschil in oogvermoeidheid tussen blauwlichtfilterbrillen en heldere controlebrillen. Oogvermoeidheid is een bredere uitkomst dan droge ogen. Samen geven deze proeven geen goede basis om een blauwlichtfilter als oplossing voor droogte te presenteren.

    Kan een herinnering aan knipperen helpen?

    Een gerandomiseerde studie uit 2021 vergeleek frequente met minder frequente knipperherinneringen bij computergebruikers met droge ogen. Van de 50 ingeschreven deelnemers voltooiden 46 de studie. Na vijftien dagen was de klachtenscore gunstiger bij frequente herinneringen. Voor knipperfrequentie en de gemeten stabiliteit van de traanfilm was er op dat moment geen aantoonbaar verschil tussen de groepen.

    Een studie uit 2025 met 40 jonge volwassenen vergeleek een knippertrainingsapp met geen interventie. Na dertig dagen verbeterden klachten en sommige metingen, waaronder onvolledig knipperen. De deelnemers waren vooral vrouwen; de controlegroep kreeg geen nepapp. Verwachtingen zijn daardoor moeilijk uit te sluiten. Ook normaliseerde de traanfilm niet volledig. Het is een aanwijzing voor aanvullende hulp, geen bewijs dat een app droge ogen geneest.

    Wat dit betekent voor uw werkdag

    De Belgische richtlijn adviseert regelmatig knipperen, schermvrije pauzes en het vermijden van verergerende factoren zoals tocht of airconditioning. Kunsttranen kunnen klachten verlichten, maar lossen de oorzaak niet altijd op; uw apotheker kan helpen bij de keuze. Dit zijn praktische aanbevelingen, geen garantie dat één ingreep voor iedereen werkt.

    Blijven de klachten of worden ze erger, laat uw ogen beoordelen. Vertel ook over contactlenzen en geneesmiddelen. Stop een voorgeschreven behandeling niet zelf. De Assurance Maladie adviseert overleg bij aanhoudende klachten en bij contactlensgebruik als de hinder niet snel verdwijnt.

    De vraag is dus niet alleen wat het scherm uitzendt. Ook wat uw oogleden tijdens het kijken doen, hoe stabiel uw tranen blijven en in welke omgeving u werkt, verdient aandacht. Daar liggen bruikbare aanknopingspunten — en ook de reden waarom hardnekkige klachten meer vragen dan één standaardoplossing.

  • Waarom ademt uw ene neusgat soms beter dan het andere?

    Waarom ademt uw ene neusgat soms beter dan het andere?

    Kort antwoord: bij veel gezonde mensen wisselt de doorgankelijkheid van de twee neusgaten spontaan af. Dit heet de neuscyclus. U merkt het vaak pas wanneer u verkouden bent of op één zij ligt. Een neusgat dat blijvend dichtzit, vooral met bloedverlies of andere klachten, verdient wel een beoordeling.

    Wat wisselt er eigenlijk?

    In uw neus zitten neusschelpen met slijmvlies en bloedvaten. Dat weefsel kan aan één kant wat opzwellen terwijl de andere kant vrijer wordt. De lucht neemt dan liever de ruimere doorgang. De neus staat dus niet beurtelings helemaal ‘aan’ en ‘uit’: beide kanten blijven doorgaans open, maar hun aandeel verandert.

    Het verrassende is dat u niet altijd voelt wat meetapparatuur vastlegt. Een kleine verschuiving kan onopgemerkt blijven; bij een verkoudheid of allergie kan dezelfde verschuiving plots storend worden. Onderzoekers meten daarom de luchtstroom afzonderlijk per neusgat in plaats van alleen te vragen welke kant vrij aanvoelt.

    Hoe zagen onderzoekers dat?

    In een onderzoek met 33 gezonde volwassenen werd de luchtstroom links en rechts gedurende 24 uur afzonderlijk geregistreerd. De dominante kant wisselde. De gemiddelde duur van zo’n fase was korter wanneer de deelnemers wakker waren dan tijdens hun slaap. Wie op een zij lag, had vaker meer luchtstroom door het bovenliggende neusgat. Dat wijst erop dat houding en slaap een rol spelen, naast de eigen wisseling van de neus.

    Een tweede onderzoek volgde 20 gezonde mensen ongeveer een etmaal met luchtstroommetingen en registratie van hun houding. Slechts de helft vertoonde tijdens het waken het klassieke wisselpatroon; tijdens de slaap was dat vaker zichtbaar. De onderzochte patronen en hun duur liepen sterk uiteen. Een klokje instellen op ‘elke twee uur wisselt mijn neus’ zou dus weinig betrouwbaar zijn.

    Een ander team mat bij 30 proefpersonen de neusweerstand op twee dagen. Soms bewogen links en rechts tegengesteld, maar soms ook in dezelfde richting. Dat helpt verklaren waarom de ervaring van de ene dag niet automatisch op de andere past.

    Wanneer is het nog gewoon?

    Een kant die tijdelijk minder vrij aanvoelt en later weer wisselt, zonder andere klachten, past bij de neuscyclus. De onderliggende oorzaak van een voelbaar verstopte neus kan echter ook een verkoudheid, allergie, irritatie of een andere aandoening zijn. De studies hierboven onderzochten vooral gezonde vrijwilligers; ze kunnen uw persoonlijke klacht niet diagnosticeren.

    Wat kunt u zelf doen?

    Merk op of de kant wisselt, hoelang de klacht duurt en of er bijkomende klachten zijn. Een zoutoplossing kan slijm helpen verwijderen of de neus bevochtigen; de gebruiksaanwijzing van het gekozen product blijft belangrijk. Gebruik een ontzwellende neusspray niet langdurig op eigen initiatief: die is iets anders dan een gewone zoutspray. Een apotheker kan met u bekijken welke aanpak bij uw klachten past.

    Bronnen